Jonge messen waren het in onbezonnen handen het kon niet goed gaan en dat deed het ook Kom bij me staan wanneer de stille tocht passeert met in z’n zog traag wervelend verdriet En als we ons dan omdraaien en ze daar staan met zo’n blik van en-nu-jij dan doen we een wedstrijd wie het langst z’n adem in kan houden